AI. Het klinkt groot en technisch, maar je kind komt het elke dag al tegen. Vaak zonder dat je het doorhebt.
Als ouder hoef je geen expert te zijn om AI uit te leggen. Het begint met één simpele gedachte: AI leert van heel veel voorbeelden.
Wat is AI eigenlijk?
AI staat voor kunstmatige intelligentie. Het is de afkorting van de Engelse Artificial Intelligence. Dat betekent: slimme computerprogramma’s die leren van informatie. Ze kijken naar heel veel voorbeelden, herkennen patronen en gebruiken die om een volgende stap te voorspellen.
Dat klinkt ingewikkeld, maar voor kinderen kun je het heel klein maken.
AI is een computer die leert door naar veel voorbeelden te kijken. Uit die voorbeelden probeert hij patronen te herkennen. Net zolang tot hij zoveel patronen gezien heeft dat hij kan voorspellen wat een volgende stap is.
En dat gaat meestal goed.
AI kijkt naar wat vaak gebeurt en kiest dan wat logisch lijkt als volgende stap.
Een uitleg die kinderen goed begrijpen
Zo kun je het aan je kind uitleggen:
“Als je vaak hetzelfde soort liedjes luistert,
dan kan een app raden welk liedje je daarna leuk vindt.”
Dat raden gebeurt op basis van eerdere keuzes. Meestal klopt dat wel maar soms klopt het niet. Bijvoorbeeld als je iets nieuws wil horen of als je je bijvoorbeeld heel erg vrolijk voelt en zin hebt in een heel ander soort liedje.
Dan kan AI het fout voorspellen. Dat is bij jouw liedjeskeuze niet zo erg maar het is goed te weten dat AI niet altijd alles goed voorspelt.
Waar komen kinderen AI al tegen?
AI zit niet alleen in robots, computers of telefoons, het zit juist in heel gewone dingen:
- Muziek die vanzelf wordt aangeraden op Spotify
- De snelste route die wordt voorgesteld in Google Maps
- Filmpjes die ‘toevallig’ precies passen bij wat je leuk vindt
- Spelletjes die zich aanpassen aan hoe goed je speelt
Je kunt tegen je kind zeggen:
“Die app let op wat jij vaak kiest. Daarna doet hij een slimme gok.”
Wat AI wel kan (en wat niet)
AI kan dus echt super goed patronen herkennen, voorspellen wat waarschijnlijk past en je daarmee helpen bij het bedenken van dingen die je wil schrijven, uitzoeken of maken.
AI kan niet zelf voelen, zelf denken zoals mensen en weet zonder hulp van mensen dus ook niet wat goed of fout is. AI kan niets uit zichzelf doen. Mensen bepalen wat hij leert en hoe hij wordt gebruikt.
Waarom dit een fijne uitleg is voor jonge kinderen
Je maakt AI er niet spannend, magisch of grote allesweter van.
Het wordt gewoon iets wat je kan helpen en waarvan je weet dat het antwoord soms ook niet kan kloppen. Dat zorgt ervoor dat ze zich bewust worden dat niet alles wat AI zegt of maakt klopt.
Voor kinderen is dat overzichtelijk.
Voor ouders is het duidelijk en geeft het ook ruimte om ook het gesprek over verantwoord gebruik van AI open te houden. Zonder te doen alsof het perfect is.
Als je één positieve en kloppende zin wilt gebruiken:
“AI helpt door slimme voorspellingen te doen, en meestal werkt dat heel goed.”
NB in een volgend blog gaan we het hebben over hoe je AI kunt controleren als je denkt dat een antwoord niet klopt.