Je herkent deze situatie vast: .
Je kind staat voor een opdracht, weet wat het wil bereiken, maar staat dan stil. Doet even niks. Kijkt in de lucht. Begint misschien ergens in het midden. Of vraagt voor de vijfde keer: “Maar hoe dan?”
Wat er vaak speelt: het kind heeft het overzicht nog niet. Je kind ziet het eindpunt wel, maar de weg ernaartoe is wazig.
Dat is een vaardigheid die aan het groeien is.
Planning en organisatie als executieve functie
Planning en organisatie zijn twee van de twaalf executieve functies: de regelfuncties van ons brein die ons helpen om te doen wat we willen doen. Plannen is het vermogen om een weg te bedenken van A naar B. Organisatie is het vermogen om de spullen, informatie en stappen daarvoor op orde te houden.
Samen zorgen ze ervoor dat een kind een project kan aanpakken, een tas kan inpakken of een kamer opruimen zonder dat jij erbij hoeft te staan.
Kinderen worden hier niet mee geboren. Ze bouwen het op, stap voor stap, door het te oefenen in kleine, veilige situaties.
Dat klinkt misschien zwaar. Maar het gaat echt om gewone dagelijkse dingen.
Wat zegt onderzoek hierover?
Wetenschappers zijn het er al langer over eens dat planning en organisatie niet op zichzelf staan. Ze steunen op andere executieve functies, zoals werkgeheugen en impulsbeheersing (het vermogen om iets niet of juist wel te doen te doen, jezelf te remmen of tegen te houden), die zich eerder ontwikkelen. Pas als die steviger worden, kan een kind echt planningsvaardigheden opbouwen.
Onderzoekers Elise Swart en Marga Sikkema-de Jong van de Universiteit Leiden startten in 2024 een meerjarig onderzoeksproject, gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, naar de vraag of het trainen van executieve functies kinderen ook echt helpt bij schoolse vaardigheden. Wat ze hopen te achterhalen: welke aanpak werkt, en voor welk kind. Die resultaten zullen uiteindelijk ook richting geven aan hoe ouders en leraren thuis en in de klas mee aan de slag kunnen.
Internationaal onderzoek laat zien dat kinderen die vroeg leren plannen, later beter omgaan met uitdagingen, doelgerichter werken en minder snel afhaken bij moeilijke taken (Diamond, 2013). Het zit in de gewone dagelijkse dingen.
Wat maakt plannen moeilijk voor kinderen?
Kinderen die moeite hebben met planning en organisatie, worstelen vaak met een paar specifieke dingen.
Ze overzien niet hoeveel tijd iets kost. Ze beginnen te laat, of te snel, zonder na te denken over de stappen ertussen. Ze denken te groot en willen daardoor te veel tegelijk. Ze weten niet waar ze hun spullen neerleggen en kunnen ze daarna niet terugvinden. Ze raken overweldigd als een taak uit meerdere onderdelen bestaat.
Het is een brein dat de vaardigheid nog aan het opbouwen is.
Een brein groeit het beste als het mag oefenen in een rustige, vertrouwde omgeving, met iemand die laat zien hoe het werkt.
Hoe help je thuis?
De meest effectieve manier om planning en organisatie te oefenen, is door er samen iets mee te doen. Het gaat om begeleiden, hardop meedenken, aanwezig zijn.
Denk hardop
Als jij een boodschappenlijstje maakt, zeg dan wat je doet. “Ik kijk eerst wat we nog hebben in de koelkast, dan schrijf ik op wat we missen en bedenk ik wat we komende week willen eten.” Kinderen leren enorm veel door te horen hoe jij je eigen plannen maakt.
Maak het visueel
Een stappenplan op papier werkt beter dan uitleg in woorden alleen. Het werkgeheugen van een jong kind is beperkt. Als de stappen te zien zijn, hoeven ze die niet allemaal te onthouden.
Teken drie plaatjes of maak een lijstje: wat doe je eerst, wat daarna, wat als laatste..
Geef de controle
Vraag je kind om het plan te maken. “Hoe ga jij dit aanpakken?” Wat het antwoord is, maakt eigenlijk niet uit. Want of het klopt niet, dan is het een leermoment. Of het klopt wel, dan is het ook een leermoment 🙂
Klein beginnen
Laat een kind van zes zijn eigen rugzak inpakken, met een simpele checklist aan de muur. Laat een kind van acht zelf bedenken wat het nodig heeft voor een knutselproject. Kleine opdrachtjes die elke dag voor kunnen komen.
Bouw routines
Vaste routines zijn eigenlijk vooraf gemaakte plannen. Een kind dat elke dag weet: eerst tas inpakken, dan eten, dan naar school, oefent zonder dat het als oefenen voelt. De structuur neemt de planning over.
Niet overnemen (ook al is dat soms heel moeilijk:))
Het is verleidelijk om het over te nemen. Zeker als het sneller gaat als jij de tas inpakt, de stappen uitlegt, het project structureert. Maar elke keer dat jij het doet, mist je kind de kans om het zelf te leren.
Even de vraag stellen: “Wat ga je eerst doen?” is al genoeg.
Wat jullie vandaag kunnen proberen
Kies iets kleins. Een taak die je kind binnenkort toch moet doen. Vraag voor je begint: “Hoe ga jij dit aanpakken? Wat is je eerste stap?” Schrijf of teken de stappen samen op. En laat je kind het dan zelf doen.
Zo simpel mag het zijn.
Wetenschappelijke bronnen
Swart, E.K. & Sikkema-de Jong, M.T. (2024). Onderzoeksproject: Hoe zinvol is het trainen van executieve functies als impuls voor schoolse vaardigheden? Universiteit Leiden / NRO. https://www.crd.york.ac.uk/PROSPERO/view/CRD42024622454
Diamond, A. (2013). Executive functions. Annual Review of Psychology, 64, 135–168. https://www.annualreviews.org/content/journals/10.1146/annurev-psych-113011-143750
Dawson, P. & Guare, R. (2019). Executieve functies bij kinderen en adolescenten. Amsterdam: Hogrefe. https://www.hogrefe.com/nl/shop/executieve-functies-bij-kinderen-en-adolescenten-89820.html